Dans in de Buurt

 

Joop Oonk (27) maakt dansvoorstellingen met haar Misiconi Dance Company – maar niet van een standaard soort. Ze noemt het ook wel: inclusiedans. Wat dat inhoudt vertelt ze in dit interview.

Inclusiedans

Gelukkig hoef je geen kunstbarbaar te zijn om het woord ‘inclusiedans’ niet te kennen. Joop Oonk  – choreograaf, artistiek leider en oprichter van de Misiconi Dance Company – legt uit: ‘Ik werk met dansers met en zonder een geestelijke of lichamelijke beperking. In onze nieuwe dans “#storyteller” bestaat een groot deel van het stuk uit een duet tussen een rolstoelgebruiker en iemand die ‘gewoon’ gezond is.’ Wat ook interessant is aan haar manier van werken is dat Oonk op verschillende locaties in de buitenlucht werkt.

De locatie is ditmaal het Haarlemmerplein. Ze woont in de buurt en gaat daar vaak even zitten. Zo ook enkele minuten voor aanvang van het interview. Ze is druk in gesprek met een mede-bankzitter op het plein, die daar een jointje rookt en even bijkomt van het uitlaten van haar hond. Ze zit hier vaak: ‘Als je aan komt fietsen vanaf de Haarlemmerdijk, zie je de Haarlemmerpoort opdoemen. Dat is voor mij een inspirerend gebouw met veel geschiedenis. In de zomer spelen kinderen rond de fonteinen en veel mensen fietsen hier omheen. De druppels hangen hier nu in de bomen, wat ik een prettig beeld vind. Hier op dit plein stopt het geraas van de toeristen en komen mensen van de wijken rondom samen om boodschappen te doen of even te zitten,’ legt Oonk uit.

De choreografe raakt geïnspireerd door de ruimte waarmee ze werkt en vraagt ook van haar dansers om die ruimte op zich in te laten werken. ‘Voor we beginnen met een dans, vraag ik mijn gezelschap of ze even willen bijkomen van de reis, ik vraag ze: “adem de plek in en zie waar je bent”. De dansen zijn experimenteel en modern, soms zit er een dierlijke manier van bewegen in. De locatie is dan van grote invloed op de sfeer van de dans. De omgeving kan mee- of tegenwerken.’

 

‘Als de vloer ongelijk is beweeg ik soms sneller dan ik geoefend had, zit ik ineens vast of kom ik te vroeg stil te staan.’

 

Ongelijkheid

Daar kan Jacqueline van Kuilenburg (37), één van de dansers uit het gezelschap, meer over vertellen. Ze is rolstoelgebruiker en vertelt: ‘Dansen op locatie is compleet anders dan in een studio. In een studio is de grond gelijk, maar als je in de buitenlucht danst is dat natuurlijk niet altijd zo. Als de vloer ongelijk is beweeg ik soms sneller dan ik geoefend had, zit ik ineens vast of kom ik te vroeg stil te staan. Ik heb een rolstoel met nogal dunne wielen, die kunnen bijvoorbeeld vast komen te zitten in een richeltje.’

Van Kuilenburg heeft het Ehlers-Danlossyndroom, een zeldzame aandoening aan het bindweefsel. Eenvoudig gezegd betekent dit dat de gewrichten niet goed bij elkaar gehouden worden. ‘Ik kan eigenlijk alles, maar ik kan het niet lang volhouden. Ik kan dus wel even lopen, maar ik raak gauw vermoeid. Door de rolstoel kan ik het langer volhouden.’

Ze kwam bij het gezelschap door een oproep via Facebook: ‘Ik ben naar de open dag gegaan en heb toen aan een workshop meegedaan. Bij Misiconi wordt niet betuttelend gedaan, van iedereen wordt dezelfde inzet verwacht – of je nu gestudeerd hebt of op de dansacademie hebt gezeten. Het interessante aan locatietheater is dat het telkens een andere dans wordt. Wat het idee of het verhaal erachter is mag de toeschouwer zelf bedenken.’

Het gekke is dat deze vorm van ‘inclusiedans’ in Nederland nog niet bestond. Oonk startte dit initiatief om een aantal verschillende redenen: ‘Ik deed mijn master in London, maar er was maar één praktijkles. Daar danste ik met jongeren met een beperking en ik voelde toen, – en ik ben dat telkens meer gaan voelen – dat dit heel erg bij mij past. Iemand die ik heel erg waardeerde in het vak zei tegen mij: “Joop, je hebt geen geld nodig voor een voorstelling, de wereld is je podium.” ’

 

‘…en misschien is dit ook een verzet tegen de ouderwetse focus op de techniek van het hele lichaam.’

 

Verder heeft de danswereld vaak nog iets hiërarchisch en conservatiefs. Je hebt te maken met ego’s, terwijl je de hele tijd bezig bent met je lichaam en het ontwikkelen van je dans. Toen ik studeerde heb ik eens een opdracht ingeleverd waarbij alleen voeten gefilmd werden, maar dat werd niet goedgekeurd omdat het geen dans zou zijn. Heel conservatief – en misschien is dit ook een verzet tegen de ouderwetse focus op de techniek van het hele lichaam. Een bevriende danser en rolstoelgebruiker kroop tijdens het dansen wel eens uit zijn rolstoel. Dat vond ik indrukwekkend. Zo gebruik je dans en je omgeving heel anders. Dat heeft me geïnspireerd om op deze manier te werk te gaan.’

 

Dialoog

De dans ontstaat in samenspraak met het hele gezelschap. Oonk zegt: ‘Je kent die koelkastgedichten wel? Van die magneten waar je van verschillende woorden verschillende frases kan maken. Zo is het begin van deze dans ontstaan. We gebruiken ook geluiden die we horen als we bezig zijn met choreografie. Twee mensen met het Syndroom van Down kwamen met het idee een vliegtuig te gebruiken toen de deuren van onze studio open stonden.’

‘Ik vind het leuk om te zien dat mensen reageren op wat we doen. Wij dansen in normale kleding, het is misschien te vergelijken met van die ‘flashmobs’. We gaan de dialoog met het publiek aan, online maar ook op de locatie. Mensen komen vaak naar ons toe nadat we gedanst hebben om vragen te stellen. We vragen mensen ook online te reageren via onze hashtag #storyteller.’