Bakkie met je Buur – De Rembrandtcorner

In Het Hart van de Stad stikt het van de leuke buren. Toch kennen veel bewoners elkaar hier amper. Hoog tijd voor wat Mokumse gezelligheid! In Bakkie met je Buur gaan twee voor elkaar nog onbekende buurtbewoners op koffiedate. Su en Peggy spraken elkaar in café De Rembrandt Corner in de Jodenbreestraat. Was er sprake van een burenmatch? We belden met ze.    


Tekst: Dionijs de Hoog
Fotografie: Piet Hermans


Buur Su Tomesen woont aan de Oudeschans – in het rustige gedeelte van de Nieuwmarktbuurt. ‘… hoorde je wat ik zei? – in het rustige gedeelte van de Nieuwmarktbuurt… máár ik zie ook hier wel steeds vaker toeristen die een kaart op z’n kop vasthouden… en met van die rolkoffertjes.’ Ze is beeldend kunstenaar en regisseert video’s. ‘Daar kan ik goed van rond komen, maar toch sprong ik een gat in de lucht toen ik onlangs een beurs kreeg van het Mondriaanfonds!’ Voor haar werk reist ze vaak. ‘O – en zo ben ik trouwens ook m’n echtgenoot tegen gekomen – op zo’n reis.’ Su woont hier al 13 jaar en sinds kort woont ze samen met haar Indonesische man. Samen hebben ze een dochtertje Lina, van drieëneenhalf. Een kind laten opgroeien in de Nieuwmarktbuurt is volgens haar goed te doen: ‘Het is hier echt heel prettig en Lina kan overal terecht. We wonen bijvoorbeeld naast ‘Speeltuin De Waag’, er is hier een aantal crèches en straks kan mijn dochtertje kiezen uit de twee basisscholen hier in de buurt.’

‘Mede-Hart-van-de-Stad-liefhebber’ Peggy Brandon kent de buurt op haar duimpje. Ze komt oorspronkelijk uit Leiden, waar ze voor het Museum Volkenkunde werkte en later het Sieboldhuis hielp opzetten, een museum dat gaat over de Japanse cultuur. Toch kwam ze ook vroeger al in deze buurt. ‘Toen was het hier echt niet pluis, maar dat is nu echt wel anders’, weet ze. In Amsterdam werkt ze voor MOCCA, een expertisecentrum dat in opdracht van de gemeente kunstinstellingen en scholen samenbrengt en zorgt dat elk schoolkind kunsteducatie krijgt. ‘Zo kom ik nu weer aan de lopende band in de Jodenbreestraat, waar de afdeling Kunst & Cultuur van de gemeente zit.’ Daar zit ze dan tegenover het Rembrandthuis. ‘Los van het gegeven dat ik in het bestuur van musea heb gezeten, en weet hoe knap en mooi ze het hebben gemaakt, vind ik absoluut uniek aan het Rembrandthuis dat ze een atelier hebben waarin je zelf dingen kunt maken. Voor kinderen is dat echt fantastisch. Je kunt zelf met de technieken van Rembrandt aan de slag.  Dat is uniek aan het museum. Bovendien is de buurt rond het Rembrandthuis echt heel bijzonder en daarom organiseert MOCCA hier ook gratis “Buurtexpedities” voor kinderen tijdens de schoolvakanties.’

Su en Lina bij het hek dat Su heeft gemaakt voor speeltuin ‘De Waag’

 

De ontmoeting

Su en Peggy bleken een gezamenlijke kennis te hebben. Maar ze waren allebei verbaasd toen ze elkaar de avond voor hun ontmoeting tegenkwamen bij een opening in het Amsterdam Museum. ‘Ja, ik zeg nu niets tegen je hoor, want anders hebben we morgen niets meer om over te praten’, kreeg Su te horen. Toen ze elkaar de volgende dag dan ‘echt’ tegenkwamen, was het even aftasten… maar daarna volgde hartelijkheid: drie warme zoenen. En dat bleek ook meteen de opening voor een gesprek; ‘Su is veel in Zuid-Amerika geweest, ik dit jaar ook een aantal weken. Daar zoenen mensen elkaar bij de eerste ontmoeting. Ik was me er daar heel sterk van bewust en bij terugkomst moest ik er eigenlijk weer aan wennen.’ Su: ‘Ja, bij mij is dat er met de paplepel ingegoten. Ik heb het juist weer een beetje afgeleerd in Indonesië – daar is het juist gangbaar  om een beetje afstand te houden.’

Het gesprek

Su: ‘We hebben veel over ons werk gesproken. Daar zit een aantal overeenkomsten in – ik heb cultuurgeschiedenis gestudeerd en Peggy is bij het Rijksmuseum voor Volkenkunde begonnen. Vervolgens ben ik aan het Sandberg Instituut gaan studeren en later kunstenares geworden en zit Peggy in de kunst- en cultuureducatie.’ Peggy: ‘Aan Su vond ik leuk dat ze in haar werk bijna antropologisch te werk gaat. Ze is met name met ‘de Ander’ bezig; dat antropologische vind ik interessant.’

Behalve kunst, was voor Peggy ook herkomst een interessant gegeven. ‘We hebben het erover gehad dat we allebei import zijn. Ik kom uit Leiden en zij komt uit Beek, een dorpje in Zuid-Limburg.’ De leukste ontdekking had voor Su wel met onze buurt te maken: ‘We zijn teruggegaan in de tijd. We hadden het erover dat Peggy vroeger altijd al in de kroeg kwam waar nu de Rembrandt Corner zit. Ik kwam vroeger, dat was de tweede keer dat ik in Amsterdam was – juist aan de overkant – waar nu Tisfris zit!’

Top of flop?

En? Wat vond je er eigenlijk van, van je koffiedate? Peggy: ‘We komen elkaar vast weer tegen en als het niet gebeurt dan neem ik contact op. Ik heb genoten van de manier waarop ze als kunstenaar om zich heen kijkt en dat tijdens het gesprek met me deelde.’ Su: ‘We hadden dus allebei die affiniteit met kunst en we raakten niet uitgepráát. We hebben zeker nog contact in de toekomst.’