Buurten bij de oudste apotheek

 ‘Eet u nog even iets voordat u de pillen neemt?’ De vrouw – type groots en meeslepend leven – rolt met haar ogen en mompelt: ‘Dat bepaal ik zelf wel.’ Annet Bark, medewerkster bij de oudste apotheek van Nederland kan er hartelijk om lachen.

 

Tekst: Clarissa van Deventer

Fotografie: Piet Hermans

Daar op de hoek van de Stormsteeg en de Geldersekade, met uitzicht op de Bantammerbrug, staat apotheek W.H. van der Meulen. Jan Six was burgemeester van Amsterdam toen Harmanus Meurs zich hier op 5 juni 1696 vestigde als eerste apotheker. Sindsdien heeft de ruimte onafgebroken als apotheek gefungeerd.

 

Elke twee minuten komt er wel een klant binnen. Een bekende wordt hartelijk begroet door Bark: ‘Woont u nog wel in de buurt, ik zie u nooit meer’? ‘Ik heb nu minder medicijnen nodig, want ik doe aan fysiotherapie, zegt de bekende.’ ‘U ziet er ook hartstikke goed uit, tot ziens!’ Zo wordt iedereen vriendelijk gegroet, van medicijnen voorzien en het liefst krijgen ze een praatje erbij. ‘Ik zou niet bij een andere apotheek willen werken. De buurt maakt dat het elke dag anders is. Vroeger waren hier junks en hoertjes, nu zien we veel toeristen, maar ook nog steeds vele buurtbewoners.’

Schouwspel vanuit de apotheek

 

Annemieke Hollander is sinds 1999 uitbaatster van de apotheek. Maar ze is al langer bekend bij de apotheek: ‘Ik liep stage bij de apotheek op de Dam. We belden vaak met deze apotheek. Voor van alles. Een tekort aan geneesmiddelen, overleg met de artsen of even bij elkaar inspringen in de vakantie. Aan die relatie is vrij weinig veranderd. Toevallig spring ik deze week ook weer even bij de apotheek op de Dam.’

‘In 1999 kreeg ik de kans W.H. van der Meulen over te nemen. Dat leek me ontzettend leuk. De sfeer hier is ongekend. De klanten zijn voornamelijk echte Amsterdammers. Die maken van hun hart geen moordkuil. Als ze iets te zeggen hebben, doen ze dat ook. Het is een diverse, gezellige buurt. We hebben veel vaste klanten. Verder is hier altijd iets te zien. Vorige week hield de brandweer nog oefeningen. Dan gooien ze bijvoorbeeld een pop de gracht. Nou, je moet iedereen dan zien kijken. Hilarisch om dat vanaf hier te aanschouwen.’

 

Fol.Menth Crisb en Herb.Thy

In deze vestiging staat ook een echte apothekerskast. Niet zo eentje die het goed doet bij woonwinkels, maar een met mysterieuze namen op de etiketten als Fol. Menth Crisb of Herb.Thy. Het doet denken aan de tijd dat er in apotheken zelf nog medicijnen werden gemaakt. En de atmosfeer van vroeger tijden is nog beter tastbaar sinds de interne verbouwing in 2000. Onder het stucplafond kwamen balken, beschilderd met vergulde rozetten en bloemslingers uit de vroege 17de eeuw tevoorschijn.

 

Geen witte steriele ruimte

Hollander: ‘Ik wil absoluut onze eigen karakteristieke uitstraling behouden, bij ons geen ketenlogo op het gebouw. Dat weiger ik. We zitten nu wel in een franchise, maar we hoeven geen witte, steriele ruimte te worden die eruitziet als elke andere apotheek. Behalve de mooie geschiedenis van het gebouw gaat het Hollander vooral om het gevoel met de buurt. ‘Mensen komen hier soms gewoon even aanwaaien. Zo hebben we ook een maatschappelijke functie voor de buurt.’

 

Met veel dank aan Els van Wageningen voor haar teksten en onderzoek die zij verwoord heeft op: http://www.winkelstories.com/Meulen00.html