De Waagmeester II – De Waag

DE WAAGMEESTER II

 

Amsterdam is geen stad van pleinen, en voor zover we ze toch hebben, doen we er weinig mee. Veel van die pleinen zijn niet meer dan een verkeersknooppunt, en in het ergste geval worden ze zelfs vooral als parkeerplaats misbruikt. Vergelijk dat met Italiaanse steden, waar – het weer werkt er natuurlijk ook wel mee – het plein echt functioneert als het levendige hart van de stad, met cafés en terrasjes.

Zou iemand dat van de Dam durven beweren? Het is er lawaaiig en rommelig, en je bent er met al het kris-kras-door-elkaar rijdende en stoplichten negerende verkeer je leven niet zeker, en dan moet je ook nog eens opletten op de tram. Het Koninklijk Paleis is een ongenaakbaar bolwerk, de Nieuwe Kerk ligt net teveel in de hoek, en het Monument verzuipt te midden van de fietsen. Zeker, ik zet er, als ik in de buurt moet zijn, ook de mijne neer. Maar valt het autoverkeer niet weg te krijgen richting Nieuwezijds Voorburgwal, om de Dam te herscheppen tot een besloten plein, met terrasjes vóór de Bijenkorf en Krasnapolsky?

Met de andere pleinen is het niet veel beter gesteld. Toen in de zeventiende eeuw de grachtengordel werd aangelegd, zijn die eigenlijk gewoon vergeten. Het Amstelveld is eigenlijk niet meer dan een overgebleven braakliggend terrein. Misschien ligt het aan de republikeinse staatsvorm van toen en had je er in die tijd een koning voor nodig, die er, zoals in Parijs, eentje aanlegt om er dan z’n eigen ruiterstandbeeld neer te zetten. Het enige Amsterdamse ruiterstandbeeld, dat van Wilhelmina bij het begin van de Oude Turfmarkt, moet regelmatig bukken om niet door moeizaam manoeuvrerende touringcars te worden geramd.

Voor het equivalent daarvan bestond in de Gouden Eeuw overigens een praktische oplossing, waaraan wij vrijwel alle andere ‘pleinen’ in de binnenstad danken: de zogeheten wagenpleinen, waarop bijvoorbeeld het Leidseplein teruggaat. Niet voor niets lagen die direct achter de toenmalige stadspoorten: bezoekers werden indertijd geacht hun voor de smalle Amsterdamse straten te grote kar of koets hier achter te laten, en dan te voet verder te gaan. Het waren de Park & Ride-plekken van toen. Een idee, dat met het oog op de huidige congestie, ook voor hedendaagse bezoekersbussen navolging verdient.

Het Leidseplein werkt, ondanks alle horeca, niet als plein: het is te verbrokkeld, en waaiert qua vorm teveel uit. Bovendien is er ook hier weer de tram, die alle kanten oprijdt. Een goed plein heeft een compacte vorm en is verkeersluw. En verder? We hebben het Rembrandtplein, maar dat is eigenlijk meer een mislukt plantsoen. Het enige stedenbouwkundig geslaagde plein is de Nieuwmarkt met de Waag. Daar is ook al voldoende horeca. Er blijft hier slechts één ding te wensen over, om er echt een gezellig plein van te maken: bevrijding van het autoverkeer.

 

Thomas von der Dunk, 15 mei 2017