Een absoluut oog

Jan Six XI en de kunsthandel

Jan Six XI (1978) laat zijn enorme bibliotheek zien, compleet met ladder om bij de hoger gelegen boeken te kunnen. ‘Monografieën, museale collecties, privécollecties en een heleboel Rembrandt.’ Van elk werk dat op de markt komt en door hem in zijn kunsthandel Jan Six Fine Art verhandeld wordt, legt hij een complete verzameling aan over de kunstenaar. Het liefst de boeken van oude experts met hun aantekeningen er nog in. ‘Ik ben een volledig doorgeslagen monomane verzamelaar.’

Tekst: Charlotte Goede

Fotografie: Piet Hermans

 

Over weinig families is zoveel bekend als over de zijne. In de 17e eeuw legde zijn voorvader Jan Six (1618-1700) een gigantische verzameling kunst en toebehoren aan en na hem volgden gelukkig nog generaties Sixen met bewaardrang. Het resultaat: veel oude meesters, maar bijvoorbeeld ook oude verfzakjes en een penseel van Rembrandt. Allemaal te bezichtigen in het woonhuis van de familie Six aan de Amstel op nummer 218. Geert Mak tekende aan de hand van de verzameling de familiegeschiedenis op in zijn boek de ‘De levens van Jan Six’.

Kunsthandel

Op de Herengracht, waar ook de eerste Jan Six een groot deel van zijn leven woonde, handelt de jonge Six met collega Marthe Wijngaarden in oude meesters van tussen 1400 en 1800. Hun klantenkring is divers, maar bestaat veelal uit oudere mensen. Six: ‘Voor oude meesters heb je namelijk tijd nodig. Als je ergens een kamer binnenkomt en er hangt een Andy Warhol, dan herken je die. Daar hoef je niet veel moeite voor te doen. Bij een portret uit de 17e eeuw denk je al gauw:  “Wie is dat?” En soms kom je daar ook nooit meer achter.’ Om achter de herkomst van schilderijen te komen gaat Six naar eigen zeggen ‘te werk als forensisch expert op een plaats delict’. Op zoek naar circumstantial evidence.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

‘Om achter de herkomst van schilderijen te komen gaat Six naar eigen zeggen ‘te werk als forensisch expert op een plaats delict’. Op zoek naar circumstantial evidence. ’

~~~~~~~~~~~~~~

Hij vertelt met veel enthousiasme over zijn vak. Behalve over een uitgebreide kennis, beschikt hij over nog een geheim wapen dat hem van pas komt bij het bestuderen van oude meesters. Jan Six vergelijkt het zelf met het absolute gehoor waar sommige componisten mee gezegend zijn. ‘Het is gek, maar je zou kunnen zeggen dat ik een absoluut oog heb.’ Daarmee onderscheidt hij de verschillende werkwijzen van de meesters en hun leerlingen. ‘Als ik een schilderij zie dan analyseer ik de opbouw en de penseelstreken. Dat in combinatie met wat ik aan kennis over oude meesters heb opgebouwd, vertelt me van wie z’n hand ze eigenlijk zijn.’ Zo ontdekte hij bijvoorbeeld dat een portret van de vrouw van de eerste Jan Six, Margaretha Tulp, wel degelijk van de hand van Govert Flinck zelf was en niet, zoals werd beweerd, van diens leerling Jurriaen Ovens. Röntgenfoto’s bewezen zijn gelijk.

De beroemde ets

De eerste Jan Six was goed bevriend met Rembrandt en werd meerdere malen door hem geportretteerd. De schilder maakte verschillende schilderijen, etsen en tekeningen voor zijn vriend, waaronder een ets van een lezende Jan, leunend in een raamkozijn in 1647. Het Rembrandthuis heeft de huidige tentoonstelling over de vriendschap tussen de schilder en de kunsthandelaar gewijd aan deze ets en de voorstudies die Rembrandt ervoor maakte. Six XI, die refereert aan zijn voorvader met ‘die ouwe’, vindt het een mooi portret. ‘Het is je voorvader die aan een raam staat te lezen. Een heel intiem moment. Als kunsthistoricus vind ik het een heel belangrijke ets omdat Rembrandt hier iets voor elkaar krijgt. Het is een studie naar licht, één van de drijfveren in zijn hele oeuvre. Na deze ets werd dat de norm en komt ook zijn prentproductie op een hoger plan te liggen.’

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Six is ervan overtuigd dat het wereldberoemde schilderij dat Rembrandt van Jan Six I maakte niet, zoals beweerd wordt, uit 1654 stamt.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Over de relatie tussen de oude Six en Rembrandt heeft de jonge Six zijn eigen theorie: ‘Wat de literatuur ons steeds voorschotelt is dat er sprake is van vriendschap, maar dat die vriendschap ophoudt als Rembrandt failliet gaat. Dit zou betekenen dat die band alleen zou bestaan bij de gratie van zakelijk inzicht. En dat geloof ik niet.’ Een van de redenen waarom hij dat niet gelooft, is moeilijk te bewijzen, maar wordt wel gedeeld door sommige andere experts. Six is ervan overtuigd dat het wereldberoemde schilderij dat Rembrandt van Jan Six I maakte niet, zoals beweerd wordt, uit 1654 stamt. ‘Het is niet gesigneerd en niet gedateerd, maar er is circumstantial evidence dat het later geschilderd is.’ Omdat deze theorie veel zal betekenen voor het Rembrandt-onderzoek, wacht hij nog even met publiceren hierover tot de wereld er klaar voor is.

Liefde voor kunsthistorie

In de volle galerie is geen stukje witte muur vrij om een foto van onze kunsthandelaar te maken en daarom moet er een schilderij van de Vlaamse meester Frans Floris wijken. Zodoende sta ik als journalist opeens met een prachtig paneel uit 1530 in handen. Six pakt het schilderij gelukkig terug voordat er ongelukken kunnen gebeuren en vertelt rustig verder over zijn jeugd in het bijzondere huis aan de Amstel. Daar werden, net als nu, op doordeweekse dagen twee groepen van steeds vijftien geïnteresseerden rondgeleid. ‘Ik had een normale jeugd in een abnormale omgeving. Ik vond het leuk en gaf die rondleidingen ook zelf. Daar is eigenlijk mijn liefde voor kunsthistorie ontstaan.’ Of hij het huis aan de Amstel volgens de familietraditie zal betrekken moet nog blijken. Wel laat hij zich vereeuwigen door de in Amsterdam woonachtige Zweedse schilder Urban Larsson. Die weet zich daarmee verzekerd van een plekje tussen de oude meesters aan Amstel 218.