Op het Waterlooplein

We vroegen aan bezoekers en aan een marktkoopman op het Waterlooplein waar ze aan denken bij ‘Amsterdams geluk’ of… hoe hun ideale stad eruit ziet.

Tekst en fotografie Piet Hermans

Jacobus (87) “Ik word er altijd een beetje treurig van wanneer ik weer in Amsterdam kom. Amsterdam is erg veranderd en is niet meer zoals toen ik hier woonde. Ik ben kunstenaar en woonde in de Jordaan, op de Lauriergracht, waar ik ook mijn atelier had. Ik woonde naast het gefingeerde adres zoals beschreven in de eerste zin uit de Max Havelaar van Multatuli: ‘Ik ben makelaar in koffie, en woon op de Lauriergracht No.37.’ Twintig jaar geleden werd ik het huis uitgezet omdat het volgens de brandweer niet voldeed aan de veiligheidseisen. Zo kwam ik op straat te staan. Tegenwoordig woon ik meestal bij mijn zoon in het buitenland. Als ik in Amsterdam ben zijn het vooral de mooie herinneringen die ik hier verzameld heb die me gelukkig maken, zoals wanneer ik hier rondloop over het Waterlooplein.”

Celeste (30) “Wanneer ik aan Amsterdams geluk denk zie ik mezelf wonen op een woonboot op een gracht. Geweldig lijkt me dat. Geluk is ook jezelf kunnen zijn. Vijftien jaar geleden, toen ik volop in de punk en gothic-scene zat, was dat wat me aansprak aan Amsterdam. Maar over wat geluk precies is kun je natuurlijk uren filosoferen. Ik loop nu samen met mijn moeder over het Waterlooplein en dat maakt me ook gelukkig. Mijn vriend woont in Noord en we komen eigenlijk nooit in het centrum, omdat naar ons idee Amsterdam veranderd is in een pretpark. Al kan het nog slechter. Ik was pas in Praag en vond het daar nog veel erger. Wel jammer dat mooie steden als Amsterdam veranderen in een circus.”  

 

Louis (69) “Het zou mij heel gelukkig maken, en dat is tegelijkertijd mijn ideale Amsterdam, wanneer we ons in ieder geval zouden houden aan dat waarvoor de drie kruisjes in het Amsterdamse stadswapen staan. Vrij vertaald betekent dat voor mij verdraagzaam, eerlijk en niet corrupt zijn. De hele stad zou van mij een soort Ruigoord mogen worden, een stad met  vrijplaatsen, waar creativiteit en de vrije gedachte meer ruimte krijgen. Waar iemand zijn gitaar pakt en dat er dan spontaan een feest ontstaat.”

Ludovic (63) “Er zijn veel manieren om jezelf gelukkig te voelen in de stad. Het zou mooi zijn als in Amsterdam ruimte blijft bestaan om mooie dingen te doen. De mogelijkheden hiervoor zijn tegenwoordig erg schaars en er moet continu voor geknokt worden. Geluk is voor mij wanneer je iets met anderen kunt delen, dus ook je eigen stad delen met alle buitenlanders die hierheen komen. Bezoekers uit andere culturen voegen iets toe aan een stad, zeker wanneer je met ze in gesprek gaat. Toeristen zijn vaak laaiend enthousiast over Amsterdam, over hoe mooi het hier is en hoe gastvrij Amsterdammers zijn. Dat gevoel nemen ze ook mee naar huis, ook dat is delen van geluk. Ik ben blij dat ik hier woon, al erger ik me ook weleens, bijvoorbeeld aan het geluid van die rolkoffertjes in de straat. Ik woon op een adres waar dat geluid elke dag van de week, bijna vierentwintig uur te horen is. Maar ik heb zelf ook een rolkoffertje bij me als ik op vakantie ga, dus waarom zou ik daarover klagen.”

 

 

(524 woorden)