De Waagmeester III – Geluk

Welk Amsterdam maakt (mij) gelukkig? Misschien wel gewoon het Amsterdam zoals het nu is, of moet ik zeggen: zoals het een jaar of twintig geleden was? Als Amsterdamse politici aan internationale stedenkenners vragen, aan welke stad zij een voorbeeld zouden moeten nemen, luidt het antwoord vaak: eigenlijk aan geen enkele andere, het zou eerder omgekeerd moeten zijn. En dat heeft te maken met de menselijke maat, en het feit dat Amsterdam sociaal veel gemengder is – rijk en arm door elkaar – dan andere hoofdsteden.

   In Parijs, New York en Londen – wat natuurlijk ook met hun volledig andere formaat samenhangt – is de sociale segregatie veel sterker. Bepaalde stadsdelen zijn compleet verpauperd, andere ook voor de middenklasse voorgoed onbetaalbaar geworden. In de Angelsaksische wereld heeft de sociaal-economische bovenlaag zich opgesloten in gated communities, soms inderdaad letterlijk ommuurde miljonairsbastions, waar een gewone sterveling niets te zoeken heeft en als hij er onverhoeds toch opduikt met groot wantrouwen bejegend wordt. Alsof er een ophaalbrug met portier bij het begin van de Beethovenstraat zou staan.

   Dat ik zoëven schreef, dat het Amsterdam van twintig jaar geleden misschien te prefereren valt boven het huidige, komt omdat dit Amsterdam onder druk staat. Het eerste penthouse voor idioot veel miljoenen is al verkocht. Het is gelukkig nog niet zo erg als in het Londense Mayfair, waar de helft van het vastgoed in handen is van dubieuze Arabische of Russische tycoons, maar ook bij ons worden steeds meer huizen niet aangeschaft om er zelf in te wonen, maar als belegging. De prijzen rijzen de pan uit, en als hier straks ook nog een zwerm Brexitbankiers neerstrijkt, wordt dat alleen maar erger. Omgekeerd verkopen corporaties op lucratieve plekken hun bezit. Het stadsbestuur lijkt zich onvoldoende van deze gevaren bewust – sterker, die ontwikkeling zelfs toe te juichen: hoe meer inkomsten, hoe beter voor de stad. Goed voor de stad als abstractie misschien – maar ook goed voor haar bewoners? Die worden daarvan de dupe.

   Amsterdam staat er uiterlijk zeker beter bij dan een halve eeuw geleden, toen veel straten waren verloederd. Maar het krijgt wel steeds meer een gelikt karakter; het enigszins anarchistisch-tegendraadse, dat haar charme uitmaakt(e), is er intussen net iets teveel af, of volledig vercommercialiseerd. Denk aan zoiets als de Gay Pride, die niet toevallig tot het nietszeggende Pride Amsterdam is omgedoopt, en waar de scherpe randjes van afgehaald zijn, opdat niemand meer wordt geprovoceerd en iedereen er lekker aan verdient. De laatste jaren kom ik regelmatig in Berlijn. Dat is zeker veel minder mooi dan Amsterdam, maar heeft nog wel iets van het rauwe dat inmiddels uit Amsterdam verdwenen is. Het zou haar zeer ten goede komen, als er weer meer ruimte voor het ongepolijste komt.