De Zuiderkerk: baken van de binnenstad

 

In iedere editie besteden we aandacht aan een opvallend gebouw in de Amsterdamse binnenstad. We verdiepen ons in de geschiedenis van de plek zelf en in de bouwhistorie van het gebouw, waarbij we steeds beginnen in het heden en terug gaan in de tijd. Toch kun je vaak – zoals ook in dit geval – het meest samenhangende verhaal vertellen door een paar keer heen en weer te springen door de tijd…

Het derde pand dat aan bod komt is de Zuiderkerk. Deze keer geen uitwerking van de ontwikkelingen in onze digitale stad (zie daarvoor www.hhvds.com), maar een mooie uitleg van onze eigen architectuurhistoricus.

Tekst: Thomas von der Dunk

Beeld: Coen Pohl

Tergend langzaam komt hij weer uit de steigers, en binnen een maand zou zijn uurwerk weer elk kwartier van zich moeten laten horen: de Zuidertoren, het baken van de Nieuwmarktbuurt. Voltooid in 1614 bij de eerste kerk die na de reformatie nieuw in Amsterdam werd gebouwd, in de eerste grotere stadsuitbreiding na de Middeleeuwen. De Zuiderkerk, dertien jaar eerder begonnen, is daarom in alles nog een heel traditioneel kerkgebouw.

De nieuwe hervormde eredienst legde het accent niet meer op altaar en mis (die werden afgeschaft), maar op de preek vanaf de kansel. Niet meer op zien, maar op horen kwam het voortaan tijdens de kerkdienst aan. Het zou even duren, alvorens hiervoor een apart kerktype werd ontwikkeld, dat zo goed mogelijk aan de belangrijkste praktische eis – verstaanbaarheid – tegemoetkwam: een centraalbouw. Dat kon een cirkel of polygoon zijn, zoals bij de Ronde Lutherse Kerk aan het Singel, of een plattegrond in de vorm van een Grieks kruis (een kort kruis met even lange armen), zoals bij de Noorderkerk. Die laatste werd door de bekende bouwmeester Hendrick de Keyser gebouwd, net als de Zuiderkerk, waarin hij begraven ligt.

De Zuiderkerk ziet er heel anders uit. Het is geen centraalbouw maar een basiliek; een kerktype met drie langgerekte schepen naast elkaar, waarvan het middelste een stuk hoger is dan de beide andere, zodat er ruimte is voor een eigen rij vensters. Die ontbreekt weliswaar bij de Zuiderkerk, maar niet bij de iets jongere Westerkerk, de derde kerk van De Keyser. Het gaat hier om een oorspronkelijk nog middeleeuws kerktype, met een duidelijke lengte-as van de hoofdingang aan het westelijk uiteinde naar het koor waar het altaar stond aan het oostelijk. Het koor had, nu de mis was afgeschaft, bij protestantse kerken zijn functie verloren, en ontbreekt dan ook al bij de Zuiderkerk en Westerkerk, maar aan de rest hield De Keyser bij deze twee grote stadskerken vast. Dat komt in de geschiedenis van de bouwkunst wel vaker voor: dat een bepaald type zijn functie verloren heeft, maar daarmee niet direct plaatsmaakt voor iets nieuws. Het duurt meestal even, voor men bij een veranderde functie ook een logische vorm heeft bedacht.

Rustpunt en brandpunt

De Zuiderkerk zelf is inmiddels allang opnieuw van functie veranderd. Als gevolg van de geleidelijke ontvolking van de binnenstad én de ontkerkelijking werd zij al bijna een eeuw geleden als kerk overbodig. In 1929 werd de laatste dienst gehouden; na sluiting verdween het orgel naar Aalten in de Achterhoek. Daarna is het een paar decennia kwakkelen geweest. Eigenlijk wist niemand een goede functie voor het gebouw te vinden, en na de sloop voor de aanleg van de metro in de jaren zeventig stond het bovendien wat verloren aan de rand van een grote, zanderige bouwput. De omgeving is, met de bouw van nieuwe huizen en de aanleg van het Zuiderkerkhof dat zowel (op gewone dagen) als rustpunt te midden van de toeristische hectiek, als (op bijzondere dagen) als brandpunt van de buurt functioneert, al begin jaren tachtig fors opgeknapt. De Zuiderkerk zelf werd, na hoognodige restauratie van 1976 tot 1979 die met een inwendige verbouwing gepaard ging, als gemeentelijk informatiecentrum ingericht, waar vanaf 1992 de Dienst Ruimtelijke Ordening haar plannen tentoonstelde. Na heel kortstondig het uit Arnhem overgekomen en even later door Den Haag wegbezuinigde Nationaal Historisch Museum in spe te hebben gehuisvest, vervult het gebouw weer meer en meer zijn oude functie als belangrijk cultureel en sociaal centrum binnen de buurt.

Nieuwe bestemming

Begin 2012 heeft de huidige huurder, Gerrit Key (59), voordien zakelijk directeur van successievelijk het Joods-Historisch Museum en de Oude Kerk, en daarmee al enige tijd met het hart van de stad vertrouwd, het beheer overgenomen. Inmiddels wordt de Zuiderkerk weer ongeveer tweehonderd dagen per jaar voor bijeenkomsten van de meest uiteenlopende snit gebruikt. Grofweg de helft ervan is openbaar, in de vorm van bijvoorbeeld open ateliers en de Winterparade, of lezingen, zoals van de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad. Ook worden er regelmatig klassiek concerten gegeven, terwijl er sinds 2014 – het vierde eeuwfeest van het gebouw – zelfs elke zondag weer een kerkdienst wordt gehouden. De andere helft van de tijd wordt de Zuiderkerk verhuurd voor bruiloften, uitvaartherdenkingen en recepties van particulieren, verenigingen of bedrijven. Op het moment dat ik dit schrijf, biedt de kerk onderdak aan de spullen van een filmploeg van zo’n honderd man – ook in dat opzicht is de omgeving van de Zuiderkerk populair. Dan blijkt zo’n groot kerkgebouw, waarvoor anders soms zo moeilijk een geëigende bestemming te vinden is, duidelijk zijn voordelen te hebben. Veel concurrentie heeft de kerk in de naaste omgeving niet.

Helemaal onbedreigd ziet de toekomst er helaas niet uit. Het huidige stadsbestuur wil van zoveel mogelijk vastgoed af en hoopt op de verkoop winst te maken. Dat zal met de Zuiderkerk, ook als beschermd monument, moeilijker gaan, maar helaas wil het stadhuis er bij de onverkoopbare gebouwen dan maar als een soort huisjesmelker zoveel mogelijk geld uit peuren door, met het oog op de heilig verklaarde kantoormarkt, overal onredelijke huurprijzen voor te vragen. Het zou zonde zijn als de Zuiderkerk in dat geval weer haar deuren zou moeten sluiten. Voor u en mij is het daarom te hopen dat de gemeenteraad inziet dat de stad het meest gebaat is bij uitbaters als Gerrit Key – mensen die niet alleen vertrouwd zijn met het hart van de stad, maar er ook verantwoordelijkheid voor nemen.