Geluk in de Gouden Eeuw

Geluk in de Gouden Eeuw

‘In Amsterdam gebeurt het! Door de economische voorspoed van de afgelopen decennia is de stad enorm gegroeid, zowel in oppervlakte als in bevolkingsaantal. De stad bruist van levenslust en is een populaire reisbestemming geworden. Van heinde en verre stromen kooplieden, immigranten, gelukszoekers, edellieden, vluchtelingen en onvermijdelijk gespuis toe, aangetrokken door de tolerante atmosfeer, de schoonheid van de nieuwe grachtengordel en de belofte van gouden bergen. Een uitstekende beslissing dus om er nu een bezoek aan te brengen.’

Benjamin B. Roberts

Dit is geen stukje uit de Lonely Planet-gids van Amsterdam. Het komt uit een laat zeventiende-eeuwse reisgids over Amsterdam, getiteld Amsterdam voor vijf duiten per dag. Die wijst ons er nog even fijntjes op dat Amsterdam een enorme aantrekkingskracht heeft op buitenlanders, en in het bijzonder op jonge mensen die op zoek zijn naar werk en geluk.

Toen deze reisgids in de zeventiende eeuw werd gepubliceerd, was Amsterdam één van de modernste steden van Europa. Het was een tijd waarin Nederland zichzelf opnieuw uitvond met een nieuwe religie (het protestantisme), een nieuw soort staatsvorm (de republiek) en met een nieuwe economische vorm (het liberalisme). Met een groep jonge Amsterdamse magistraten aan het roer, groeide de tolerantie voor andere groepen (hugenoten en joden) en bestond er in Amsterdam een ongekend soort persvrijheid: bijna ieder boek kon worden gedrukt en vrij van censuur worden geëxporteerd naar elders in Europa.

Huis en haard verlaten

De toename van de Amsterdamse bevolking is ook vandaag de dag vooral te danken aan nieuwkomers van tussen de 20 en 34 jaar oud. De 238 847 jongvolwassenen in Amsterdam maken meer dan een kwart uit van de totale bevolking van 834 713 Amsterdammers. Dat is goed nieuws voor de stad. Jonge mensen komen naar de stad voor een baan, maar ze genereren ook meer werkgelegenheid met hun vraag naar woningen, diensten en andere goederen.

In de zeventiende eeuw was Amsterdam niet alleen een uitzonderlijk jonge stad. De meeste jongelingen waren als migrant overgekomen uit de Zuidelijke Nederlanden (België dus), uit Scandinavië en uit het Duitse Westfalen, om in onze stad hun geluk te beproeven. De overgrote meerderheid kwam hier omdat er in onze haven een voortdurend tekort aan mankracht was voor het laden en lossen van de schepen. Bovendien was er altijd bemanning nodig voor die schepen op hun reizen naar de Oostzee, naar Zuid-Europa, naar het Verre Oosten en naar de Nieuwe Wereld. De migranten waren jonge mannen, vooral afkomstig van het door de Dertigjarige Oorlog verscheurde Europese platteland, die geen andere keus hadden dan te vluchten. Die mannen pakten hun boeltje bij elkaar en verlieten huis en haard om in Amsterdam opnieuw te beginnen.

Vertier

Amsterdam was een bruisende stad in de zeventiende eeuw. Tussen 1578 en 1700 groeide de stad met een omvang van zo’n 30 000 inwoners uit tot een stad met 200 000 inwoners. Het werd de op twee na grootste stad van Europa. Alleen Londen en Parijs waren groter. Dat had alles te maken met een overvloed aan werk in de koopvaardij, de handel en de fabrieken. Daarbij hoefden ze zich ook nog eens niet te vervelen. Behalve werkgelegenheid bood Amsterdam spanning en vermaak, met een verscheidenheid aan taveernes, gokzalen, rooksalons en bordelen. De stad borduurde daarmee voort op een traditie die al sinds de Middeleeuwen bestond, toen de haven al vertier bood aan zeelieden die maar al te graag cafés bezochten waar ze dames van lichte zeden zouden kunnen treffen.

Ons moderne idee van geluk komt vanuit de Verlichting, toen Franse filosofen als Jean-Jacques Rousseau geloofden dat geluk niet langer een utopie was, maar dat iedereen het zou kunnen vinden. In dat opzicht ontwikkelde Amsterdam zich al lang voordat dit verlichtingsidee wijdverbreid raakte. Amsterdam was al vroeg bij uitstek een plek voor gelukszoekers.