Klaver Vier: café van een gelukszoeker

 

Zeven jaar geleden nam Marianne Kooge een lunchcafé in de Utrechtsestraat over. Klaver Vier is een café met een buurtfunctie. Kooge is een ‘gelukszoeker’ zegt ze zelf. ‘Zo noemen we in de horeca mensen die hun passie volgen en die niet voor de harde euro’s gaan.’

Tekst: Dionijs de Hoog

Fotografie: Piet Hermans

Marianne Kooge is een gedreven gastvrouw. Ze komt eigenlijk uit het bankwezen en hield altijd al van koken. Sterker nog: ze had eigenlijk een kookopleiding willen doen, maar met een gymnasiumdiploma en het gevoel dat ze ‘best wel een braaf meisje’ was, was het gewoon logischer dat ze ging studeren.

Toch kwam ze in 2003, in Ierland, bij een plaatselijke beroemdheid terecht die kookcursussen gaf. Die cursussen waren er ook op gericht om de cursisten te helpen hun eigen zaak op te zetten. Marianne had altijd al de wens gehad om zoiets te doen, maar de twijfel sloeg toe. En hoewel er een vlammetje van horeca-ambitie bleef branden, koos ze ervoor om toch door te gaan met haar oude baan. Tot de grote ‘4-0’. Marianne werd veertig. Op dat moment werd het vlammetje een vuurtje en dacht ze: nu of nooit! Ze nam de zaak over die in de Utrechtsestraat op nummer 69 was gevestigd. Sinds 1981 had die zaak ‘Klavertje Vier’ geheten, maar nu ging het ‘-tje’ eraf en was er een stoere lunchroom geboren.   

Doe maar normaal

Marianne koos bewust voor een lunchcafé, omdat ze dacht dat ‘dat allemaal wat minder snel zou gaan’. Het tegenovergestelde bleek waar: mensen hebben weinig tijd voor de lunch en dus moet het allemaal snel-snel-snel. Dat was even aanpassen, maar nu loopt het – vaak – gewoon gesmeerd. Nadat ’s ochtends de broodjes voor bezorgingen zijn gemaakt, komen de gasten binnen. Die aanloop is veel meer verspreid over de dag dan in de beginperiode. Gasten genieten van een eenvoudige, maar hoogwaardige kaart. ‘We hebben een heerlijke quiche, dat is echt onze signature dish, en we serveren soep en een salade. Een buitenbeentje op de kaart – wel lekker Nederlands – is het kadetje met kaas of ossenworst. Die wil ik er wel altijd op houden’.

Daar komen dan bezoekers van de straat op af, bijvoorbeeld mensen die van heinde en verre naar platenzaak Concerto komen. ‘Die scharrelen daar dan de hele dag rond en komen bij mij lunchen. De afwisseling met toeristen vind ik echt leuk en dan hebben we ook nog iedere week mensen van Hungry Birds – dat is een Engelse reisorganisatie die juist bij ons wil komen lunchen met hun groepen. Die vinden dit typisch Nederlands. Het is hier ook een beetje ‘doe maar normaal’ en dat is wat ze aantrekt. En dan zijn de buren er ook nog natuurlijk.’

Begeleiding

‘Ik wilde eigenlijk altijd al biologisch koken. Daar hoorde voor mijn gevoel een bepaald soort uitstraling bij’, vertelt Marianne, nu met een echt blij gezicht. ‘Toen ik eenmaal was begonnen, ben ik verder gaan nadenken. Er moest een AGA-fornuis komen. Toevallig kwam ik een jongen tegen die wat begeleiding nodig heeft. Hij heeft een jobcoach bij een bedrijf dat De Werkmeester heet en was net zijn baan kwijt. De Werkmeester heeft dus voor hem bemiddeld en ik wilde juist hem heel graag een baan aanbieden hier. Ook ben ik later echt aangehaakt bij De Werkmeester. Ik vind het een heel mooie organisatie. Er werkt nu nog een meisje hier dat via hen bij me terecht is gekomen. Zo heb ik de  aanpak en de atmosfeer langzaam aangepast aan mijn wensen.’

Het bedrijf sluit ook juist goed aan bij hun wensen, legt de trotse eigenaresse uit. ‘In de horeca is erg veel verloop, maar deze mensen willen juist een beetje vastigheid. Naast Jacintha en Scott die hier via De Werkmeester zijn, hebben we een paar studenten. Eva, Thijs en ik zijn hier de vaste krachten.’

Burenkoffie

Marianne: ‘Hier komen een heleboel mensen uit de buurt. Die komen iedere dag lunchen bij Klaver Vier. Dat had ik eigenlijk helemaal niet verwacht. Ook veel jongeren doen dat. Trouwens: voor hen houd ik dat kadetje ook op de kaart. Als ik dat eraf zou halen, dan raak ik die mensen ook kwijt.’

Ongeveer vijf buurtbewoners zitten bijna iedere dag in de zaak. Daarbij zijn er nog zo’n vijftig buurtbewoners die met enige regelmaat langskomen. ‘Eigenlijk is zo de “burenkoffie” ontstaan. We hebben namelijk aanvankelijk tegen de mensen die hier toch al heel vaak kwamen gezegd dat ze een “burenprijs” mochten betalen voor hun koffie. Gewoon een kleine korting. Mensen die we echt kennen, iemand als de schoenmaker, Jan van de cadeautjeswinkel, een paar mensen die op het Amstelveld wonen, die krijgen gewoon de “burenprijs”.’

Amsterdam in volle glorie

‘Het is wel duidelijk dat het hier steeds internationaler wordt. Er zijn meer expats en véél meer toeristen. En dan is er ook nog de verandering die van de gemeente uitgaat: die streeft er namelijk naar om de auto’s de stad uit te krijgen. Eerst vond ik dat eigenlijk negatief en nu heb ik toch het gevoel dat het een heel positieve aanpak is. Ik zou de dag willen meemaken waarop ik een gracht kan zien zonder auto’s, waarop ik Amsterdam weer in z’n volle glorie kan zien. Ik ben een Centrumbewoner, dus ik zal er zelf ook last van hebben, maar dit is niet langer houdbaar. Auto’s zijn vies, nemen te veel ruimte in en zijn gevaarlijk. Dit is een stad van fietsen. Een bakfiets kun je hier gebruiken, die heeft de grootte die hier in het dorp past.’

‘Ik heb hier in de ondernemersvereniging gezeten en daar kregen we op een gegeven moment uitleg over branding. Daar werd uitgelegd dat in de Beethovenstraat de overtuiging bestond dat klanten uit het Gooi kwamen. Na een degelijk onderzoek bleek dat een heel groot percentage van de klanten juist uit de omgeving van de Beethovenstraat zelf kwam. Dat kenmerkt ook de Utrechtsestraat: hier komen ook echt veel mensen uit de buurt.

De buren zijn echte Amsterdammers. Er wonen bijvoorbeeld twee broers hiernaast en die letten gewoon een beetje op ons. Ik heb twee jaar geleden iemand moeten reanimeren. Ik hoef maar “Dennis!” te roepen en hij staat beneden. Dan staan we met z’n tweeën iemands leven te redden. Zulke dingen maken het hier gewoon bijzonder.’