TRACY METZ – DIRECTEUR VAN HET JOHN ADAMS INSTITUTE

Tracy Metz is geboren op een luchtmachtbasis in Californië; de Edwards Air Force Base, in de Mojavewoestijn buiten Los Angeles. Haar vader werkte daar in de luchtvaart en later in de ruimtevaart. In Los Angeles heeft ze Frans en Spaans gestudeerd en vervolgens is ze eind jaren zeventig naar Europa gereisd. Op de dag dat ze haar ticket kocht, was Amsterdam de goedkoopste bestemming. Daar bleef ze nog even – in Parijs en Madrid zou ze heus nog wel terecht komen. Ze was op slag verliefd op de stad, maar wilde ook de rest van Europa nog zien. Na allerlei omzwervingen werd Amsterdam haar basis.

Tekst: Dionijs de Hoog Foto:Lonneke van der Palen

Tracy kwam in 1980 via een kennis bij Het Parool terecht. ‘Ik had nog helemaal geen journalistieke ervaring. Bovendien woonde ik nog niet zo lang in de stad, dus was ik niet meteen de meest waardevolle verslaggever.’ Die achterstand heeft ze in no-time ingelopen – ze moest wel. Iets meer dan vijf jaar later werd ze door NRC Handelsblad gevraagd, waar ze in 1986 aan de slag ging. Daarnaast schrijft ze voor het Amerikaanse tijdschrift Architectural Record, heeft ze een live talkshow over stedelijke thema’s, ‘Stadsleven’ geheten, en is ze veelgevraagd als moderator. Zij is ook directeur van het John Adams Institute, het onafhankelijke podium voor Amerikaanse cultuur in Nederland.

Als schrijfster en journalist zou de gebouwde omgeving een rode draad in haar werk gaan vormen. Daarover heeft ze aan aantal boeken geschreven – het meest recent nog Zoet & Zout: Water en de Nederlanders. In 2016 kreeg zij de Grote Maaskantprijs voor haar bijdrage aan het publieke debat over de gebouwde omgeving. De immense verschillen tussen Amerika en Los Angeles enerzijds en Europa en Amsterdam anderzijds intrigeren haar tot op de dag van vandaag.

U bent sinds 2013 directeur van het John Adams Institute. Wat betekent die instelling voor Amsterdam?

‘Anders dan het Goethe en het Descartes is het John Adams niet van de overheid, het is een onafhankelijke stichting die zelf een podium in Nederland biedt aan the best and brightest of American thinking. Ons kantoor is in het West-Indisch Huis, dat natuurlijk verbonden is met de ontdekking van Manhattan door Henry Hudson. Met het beeld van gouverneur van Nieuw-Amsterdam Peter Stuyvesant – en het wijnlokaal dat naar hem is genoemd – is het daar een Amerikaans hoekje.

‘Expats brengen hier iets, en die kopen bloemen. Toeristen hálen vooral’

Wat we voor Amsterdam betekenen? Al dertig jaar bieden we een venster op het leven en denken in de Verenigde Staten. En dat is nu meer nodig dan ooit. Ik was bang dat mensen zich door Trump zouden afkeren van ons instituut, maar ik merk dat Trump juist heel goed is voor ons. Omdat iedereen iedere dag weer verbijsterd naar het nieuws kijkt en denkt: wat gebeurt er toch in dat land? De belangstelling voor Amerika is daardoor op een rare manier alleen maar groter geworden.

Wat is het verschil tussen een stad als Amsterdam en een stad in de Verenigde Staten?

‘Het verschil is echt heel erg groot. Ik ben ervan overtuigd dat die verschillen ook van invloed zijn op de mentaliteit in die twee landen. Hoewel een Amerikaan en een Europeaan op het eerste gezicht niet zoveel verschillen, doen ze dat toch. Hoe langer ik in Europa ben, des te meer ik het zie. Het verschil in de afstand die je moet afleggen om de ander te bereiken heeft een enorme impact op je gedachten over de ander en op je ideeën over hoe je met je omgeving omgaat. In Amerika kun je voor anonimiteit kiezen. Als het je ergens niet bevalt, pak je je spullen en begin je ergens anders opnieuw. Dat kan hier niet. Iedereen kent iedereen via via. Ook het denken over collectiviteit en het collectieve belang wordt daardoor beïnvloed. Sterker nog: in Amerika is zo’n Europees begrip van collectiviteit eigenlijk onbekend.’

De laatste tijd verandert met name het hart van de stad heel snel, mede door het grote aantal toeristen hier. Kan dat ook een positieve invloed hebben?

‘Nou, dat mag je hopen. Waar ik bang voor ben is dat het zo toeristisch wordt, dat de toeristen hier echt niet meer terug willen komen. Dat Amsterdam als een soort citroen wordt uitgeperst en weggeworpen en dat we daarna ook niet meer interessant zijn voor een meer selecte groep toeristen. Want niemand is tegen toerisme, maar het gaat om de hoeveelheid.’

Foto: Niels Blekemolen

Wat is het verschil tussen een expat en een toerist?

‘Om te beginnen is er natuurlijk een verschil in de duur van hun verblijf; toeristen blijven kort en expats gemiddeld tussen de drie maanden en vijf jaar. In het algemeen komt een toerist vooral iets halen en een expat iets brengen. Expats hebben veelal kinderen, die hier naar school gaan. Ze gebruiken de hele infrastructuur; van hakkenbar tot huisarts, alle dingen die toeristen niet gebruiken. Ze zijn geïnteresseerd in de buurtwinkels. Expats kopen bloemen! Ze zitten misschien wel in hun eigen bubbel, maar ervaren wel het dagelijks leven in een wijk, van een buurt, in de zorg, al dat soort dingen, dus die hebben een leven hier – ook al blijven ze niet heel lang.’

Hoe houden we de stad een beetje leefbaar met al die toeristen?

‘Er wordt ontzettend veel aan gedaan. Ik ben blij dat de gemeente eindelijk heeft gereageerd op iets dat heel veel anderen al eerder zagen aankomen. I Amsterdam doet bijvoorbeeld niet meer aan marketing op buitenlandse beurzen. De gemeente werkt heel hard aan het verspreiden van de toeristen over de stad. Ik was laatst op het NDSM-terrein en daar komen nu ook toeristen. Toeristen die ook iets speciaals van de stad willen zien. Tegelijkertijd wil iedereen natuurlijk de grachtengordel zien, dus je zal hier altijd een hele grote concentratie toeristen houden. Om ze hier ook een beetje weg te krijgen, heb je allerlei moderne middelen. Met podcasts en bijvoorbeeld aanbevelingen op Tripadvisor kun je uitvinden wat je medetoeristen hebben ontdekt, maar ik weet niet zeker of dat echt helpt om het toerisme zodanig in banen te leiden dat je het gewenste effect krijgt. En ik weet ook niet of we het tempo waarin het toerisme groeit, kunnen bijbenen.’

‘Ik ben bang dat Amsterdam als een soort citroen wordt uitgeknepen en weggegooid’

‘Voor de echt onwenselijke dingen moet je meer handhavers hebben. Je kunt wel van alles en nog wat gaan verbieden, maar als er niemand langskomt, heb je daar niets aan. Die handhavers kun je trouwens betalen uit de inkomsten uit de toeristenindustrie – waarom is er eigenlijk geen gemeentelijke Airbnb? Dát zou de oplossing zijn!’

‘Het komt het erop neer dat we te succesvol zijn. Iedereen wil hier zijn. Iedereen wil hier wonen. We hebben niet genoeg woningen. We hebben te veel Airbnb. We hebben te veel toeristen. We hebben te veel buitenlandse beleggers. We hebben te veel binnenlandse beleggers; zelfs van koninklijken bloede. En het klinkt allemaal als een luxeprobleem, maar dat is het helemaal niet. Het zal uiteindelijk gaan om het managen van ons eigen succes.’

Voor de Grote Maaskantprijs schreef Tracy Metz het essay ‘Vlucht naar voren’, over hoe steden omgaan met te veel succes. Ze maakte daarbij drie films – zonder camera, maar met Google Earth – over wonen, werken en water in Nederland. Alles staat op www.tracyinnederland.nl