De Ondernemer – Wout Arxhoek

Wout Arxhoek – Unieke kaaswinkel midden in het Centrum

Jeroen Arxhoek is eigenaar van de kaaswinkel die zijn vader in 1972 begon. Die was gevestigd aan de Damstraat nummer … en wel tot 2016. Toen verhuisde de winkel naar het Rokin, omdat de nieuwe eigenaar van het vastgoed een astronomische huur vroeg. En dat in de Damstraat, een straat die vroeger heel wat minder populariteit genoot dan nu. Het Hart van de Stad interviewde Jeroen Arxhoek en medewerkster Helma.

Van de redactie

HHVDS: Het lijkt wel alsof 80 tot 90% van de mensen op het Rokin een buitenlandse toerist is, klopt dat?
Jeroen: Nee – zou ik niet echt zeggen – geen 90%, nee. Ik denk dat je ook veel mensen voorbij ziet komen die omlopen om de Kalverstraat te mijden. En ook dagjesmensen vanuit het station die naar het Rembrandtplein toelopen… maar met de Noord-Zuid-lijn komen er meer Amsterdammers – dan komt er hier ook echt een uitgang. Je hebt hier een groot station… en al die grote bedrijven, met Hajenius, de Brillenwinkel,
Scheltema… ik denk dat die meer Amsterdammers gaan aantrekken… maar dat doet niks af aan de toeristen –
die blijven komen.
HHVDS: ‘Dat zou dus een positieve ontwikkeling zijn?…
Jeroen: ‘Ja, zeker ja.’
HHVDS: ‘Er wordt ook gezegd dat er meer toeristen komen en dat de sociale cohesie een beetje kwijt raakt en de leefbaarheid. Ben je dat met me eens?’
Jeroen: Ik denk dat we het een beetje verliezen van de toerist. De Amsterdammer raakt steeds wat meer op de
achtergrond. Daar moeten we een beetje op letten.
HHVDS: Het is dus niet zo dat er hier helemaal geen Amsterdammers meer zijn, maar jij zou ook gewoon
kunnen overleven van toeristen. Jeroen: ‘Ja, maar dan zouden wij er één van velen zijn. Dan kom jij niet meer op
bezoek!’
Helma: ‘Kijk, met zo’n winkel als die van ons bouw je wel ook een vaste klantenkring op.’
Jeroen: ‘Wij zijn natuurlijk in 1972 begonnen als één van de weinige kaaswinkels, als één van de eerste en als je nu
ziet hoeveel kaaswinkels er zitten – een stuk of vijftig. Wij zijn in de laatste zesenveertig jaar gegroeid naar een situatie waarin we echt iedereen bedienen.’

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

HHVDS: ‘Helma, heb jij dat ook meegemaakt?’
Helma: ‘Ja, ik ben nu met jaar 32 bezig. Advertentie in een gezinsblad in Purmerend en toen ben ik begonnen en ik
ben eigenlijk niet meer weg gegaan. Dus ik heb ook heel lang in de Damstraat gestaan.’
Jeroen: ‘In dat smalle winkeltje hebben we tot 1991 – 1992 gezeten. Toen is het plat gegaan – daarna hebben we in 1993 op de Varkenssluis gezeten – in zo’n winkel op palen en toen zijn we in 1994 terug in de nieuwe winkel terecht gekomen in dat pand van Krasnapolsky. En dus sinds 2016 hier op het Damrak.’
HHVDS: ‘…en je vader is ermee begonnen in 1972… ehm als Amsterdammer en…’
Jeroen: ‘Nee – als Haarlemmer. M’n vader werkte bij een wijnhandel en hij kwam er bij het brengen een keer achter
dat in het bankgebouw hier een ruimte te huur stond en toen is ie samen met m’n moeder een winkel begonnen.’ HHVDS: ‘Dus in het Krasnapolsky zat een bankgebouw?’
Jeroen: ‘Nee, het was een bankgebouw, waar later het Leger des Heils zat…weet je nog? Met die tekst “Twijfel niet, God bestaat”.’
Helma: ‘Dat hele pand is toen gewoon plat gegaan… ik heb daar nog foto’s van gemaakt.’
HHVDS: ‘Nog even over de buurt… heb jij het gevoel dat je als kleine ondernemer verantwoordelijkheid hebt voor de buurt, om de bewoners te bedienen, om de samenhang te
bestendigen?’
Jeroen: ‘Ja, nou , ‘verantwoordelijk’ vind ik een heel groot woord, maar ik wil dit absoluut zo blijven doen om ook de
buurtbewoner, om de Amsterdammer kennis te laten maken met kaas. 60% – 70% is ook buitenlandse kaas, ik wil ook de Amsterdammer verrassen met kaas… kijk – ik kan ook alleen maar Gouda neerleggen in alle kleuren en maten… maar dat doen we niet: lokale kaasmakerijen krijgen hier midden in het centrum een deel van de etalage… en daarbij: het is hier op zaterdag net een spreekkamer… de buurvrouwen staan met elkaar te praten.’

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

HHVDS: ‘Er wordt wel gezegd: “Er zijn vier keer zoveel toeristen, maar de omzet gaat naar beneden.” Heb jij dat ook?’ Jeroen: ‘Ja, je ziet veel meer jongeren… vroeger hadden we op zaterdag echt alleen maar gezinnetjes en nu zie je zeg maar groepjes van vijf jonge Spaanse meiden die komen kijken en vinden het interessant en die maken drukte… maken veel lawaai en stellen vragen en gaan weer weg… en op dat moment kun je misschien wel eens de kopende klant missen… Vroeger kwamen mensen echt
gericht naar je toe… die wisten van tevoren al dat ze iets bij je gingen kopen. En nu zie je veel meer van die groepjes met een rugzak en slenteren maar…’
HHVDS: ‘Andere vraag: hoeveel van dit soort winkels zitten er eigenlijk op het Rokin – hoeveel echte unieke buurtwinkels, kleine ondernemers zitten er nog op het Rokin?’
Helma: ‘Hajenius, een wijnhandel… het zijn er eigenlijk niet zo gek veel…’
Jeroen: ‘Betsy Palmer… het begin dat zijn een beetje dezelfde winkels geworden als in de Kalverstraat… De drie
graafjes…’
Helma: ‘O ja – de drie graafjes…’
Jeroen: ‘Nou ja en natuurlijk de brillenwinkel en Harry Tromp… en Scheltema…’
Jeroen: ‘Maar als je naar een gemiddelde straat hier in de buurt kijkt naar het aantal echt toeristische winkels,
dan denk ik dat dat op het Rokin nog wel meevalt… Je hebt wel wat souvenir-winkels, maar je hebt echt een leuke sfeer hier… je hebt ook echt hele leuke horeca hier – het is geen biefstuk en patat – daar ga je ook zelf nog wel eens naartoe. Dat is dus echt niet toeristisch…’
Jeroen: ‘Jaaaa zeker – maar wat we voornamelijk merken is dat er hier overal kleine bedrijfjes bij zijn gekomen– d’r
zitten kleine startups.
HHVDS: ‘Dus daar verkoop je ook broodjes aan?’
Jeroen: ‘Ja, behalve op zondag… en we doen bestellingen. We willen ook een lekker broodje smeren voor de buurtbewoners.’
HHVDS: ‘Kwam er nou net iemand binnen die minder wilde hebben dan –ie had besteld?’
Jeroen: ‘Ja, die kijkt altijd naar het weerbericht en op basis daarvan weet –ie wat-ie verkoopt… dus dan past-ie het aan.’
HHVDS: ‘Ha – dat is een mooi moment! Want dit hoef je in een toeristenwinkel niet te proberen natuurlijk… jullie doen dat dan wel…’