Wandelen met Gordeldier: De Westelijke eilanden

Tekst: Roy Mantel

 

4532 stappen/3,2 kilometer

Zelfs in het centrum zijn er nog buurtjes waarnaar het massatoerisme zijn weg nog niet heeft gevonden. Gelukkig maar, dan zijn er nog plekken waar je als stadsbewoner de rust kunt opzoeken. Vandaag gaan we naar de Westelijke eilanden.

We spreken af op het Haarlemmerplein, lopen richting het spoor en gaan rechtsaf de Haarlemmerhouttuinen op, tot je ter hoogte van de Buiten Oranjestraat bij Tussen de Bogen linksaf onder het spoor kunt doorlopen.

We staan op het Hendrik Jonkerplein. Laten we even een bakje koffie doen en kort de historie van de Westelijke eilanden doornemen, zodat je straks een beetje een idee hebt waar je loopt.

De Oude Waal, de haven aan de oostkant van de stad bij de Lastage, de huidige Nieuwmarktbuurt, is eind zeventiende eeuw veel te vol. De stad groeit en het handelsverkeer neemt toe. Tegelijkertijd met de stadsuitbreiding van de Derde Uitleg, waarbij de grachtengordel is uitgegraven, wordt net buiten de Haarlemmerdijk (de zeewering) de Nieuwe Waal aangelegd op de plek die we nu kennen als het Westerdok.

Ten westen van de Nieuwe Waal worden tussen 1614 en 1615 drie werkeilanden aangeplempt in de rietlanden. Vanaf de plek waar je nu staat is dat recht voor je het Bickerseiland, links het Prinseneiland en erachter, op de kopse kant van de twee, het Realeneiland. De namen komen van de voornaamste investeerders Jan Bicker en Jacob Reael, het Prinseneiland is vermoedelijk vernoemd naar de prinsen Willem en Maurits. Eigenlijk heten de eilanden respectievelijk Vooreiland, Middeneiland en Achtereiland. Zoiets kan alleen een ambtenaar verzinnen.

De eilanden hebben geen woonbestemming, met als uitzondering huizen voor personeel en opzichters. Behalve voor scheepswerven, touwslagerijen en taanderijen worden de eilanden gebruikt voor de opslag van onder meer graan, haring, tabak, zout, ansjovis, kattenhuiden, pek en teer en zijn er houttuinen om het hout voor de scheepsbouw te drogen. Onderweg zul je ook straatnamen tegenkomen die met de activiteiten van de eilanden in verband staan.

Dit is niet het domein van de VOC, die haar handelsactiviteiten aan de oostkant van de stad heeft gecentraliseerd, maar van de West-Indische Compagnie (WIC), die vaart op de Levant en de Oostzee. Van de negenhonderd pakhuizen in Amsterdam bevinden zich er maar liefst honderd op de Westelijke eilanden.

Foto 9136

Vanaf begin 18de eeuw is oogluikend toegestaan dat er steeds meer huizen op de eilanden worden gebouwd. Een eeuw later, in 1832, is de Westerdoksdijk afgesloten en wordt de binnenhaven middels een sluis bevrijd van eb en vloed. De Nieuwe Waal wordt opgeruimd en de ene na de andere scheepswerf sluit de poorten. Langzaam maar zeker verdwijnt de smerige en vervuilende industrie; eind negentiende eeuw is de rol van de haven uitgespeeld en wordt die overgenomen door het nieuwe havengebied rond de Oostelijke Handelskade. De Westelijke eilanden raken langzaam maar zeker in het slop.

De gemeente besluit dat de eilanden een bedrijventerrein moeten worden en dat de woonbestemming geen prioriteit meer heeft. Dit beleid blijft van kracht tot in de 20ste eeuw. In de jaren zeventig zijn er nog maar 120 woningen in dit gebied te vinden. In die tijd worden de eilanden herontdekt door kunstenaars en andere creatieve geesten die in de pakhuizen woningen, werkplekken en ateliers bouwen. Als in 1971 in Londen het industriële erfgoed van de Docklands ontwikkeld wordt, gaat ook Amsterdam woningen bouwen in de pakhuizen op de Brouwersgracht en de eilanden. Het is een leerproject waarin botsende beleidsregels tussen bedrijfs- en woonbestemmingen geslecht moeten worden. Tegenwoordig zijn er bijna geen bedrijven meer op de Westelijke Eilanden en is het er een oase van rust. Bijna een verborgen lommerrijk dorpje in de drukke binnenstad.

Laten we op pad gaan. We gaan links de Bickersgracht op. Zodra je aan het water staat, vergeet je dat je in de Amsterdamse binnenstad staat. Het is hier groen en als je om je heen kijkt zie je oude huisjes en pakhuizen. Je waant je in oude tijden. Links kijk je op de pakhuizen van het Prinseneiland, rechts staan gerenoveerde oude huisjes. Het Bickerseiland herbergt in oude tijden een tiental scheepswerven en zelfs een jachthaven. Als je doorloopt tot op de brug bij de Kleine Bickersstraat heb je een mooi uitkijkpunt en kun je de scheepvaart voelen.

Foto 9140

Links zie je nu het Prinseneiland, rechts Bickerseiland en voor je Realeneiland. Op het hoekje ligt de Groninger tjalk Rensiena, die na jaren van dienst is omgebouwd tot woonschip. Het schip past goed in de omgeving. Beter dan de tegenoverliggende woonarken, die van binnen vast heel mooi zijn, maar mij niet echt kunnen bekoren qua esthetiek. Het is jammer dat juist dit soort arken de Bickersgracht domineert.

We gaan het Prinseneiland op via de Galgenstraat die eigenlijk Prinsendwarsstraat moest heten. De naam komt uit de 17de eeuw, omdat je vanaf daar het beste uitzicht had op het galgenveld op de Volewijk aan de oever van Noord. Het was een etalage van afschrikking, om nieuwkomers te waarschuwen dat er in Amsterdam streng recht werd gesproken. Sinds de nieuwbouw aan het Westerdok is dat uitzicht verdwenen en gelukkig is het galgenveld ook verleden tijd.

Foto 9175

We gaan rechtsaf Prinseneiland op. Op nummer 6 aan de rechterkant zit De Kleine Werf; een van de overblijfselen die nog aan de scheepsbouw doet denken. Elders op de eilanden zijn nog wel een paar werfjes over, maar deze is gerestaureerd en ademt nog de oude tijd. Tegenwoordig kun je hier vergaderen en feesten en partijen houden. Wij dompelen ons even in nostalgie en historie.

Foto 9158

We draaien om, gaan terug naar de hoek met de Galgenstraat, en lopen rechtdoor langs een grote rij pakhuizen. Dit eiland is volgens een keur uit 1623 bestemd voor de houthandel. Tegenover de pakhuizen liggen dan tuinen om het hout voor de scheepsbouw te drogen en later komen er ook teertuinen op dit eiland.

Foto 9185

Uiteraard zijn de wallen tegenwoordig bebouwd, met hier en daar een openbare tuin. Ga vooral even kijken bij de tuin halverwege dit deel van het eiland; die is vol geplant met palmbomen. Vooral in de winter doet dit wat vervreemdend aan als een straffe oostenwind de bomen teistert. ’s Zomers is dit een idyllische plek aan het water waar je je in verre oorden waant met een koel glas wijn en een kaasje. Wat een voorrecht als je hier mag wonen. Ja, ik ben een beetje verliefd op dit stukje Amsterdam.

Foto 9191

Als je op de volgende hoek aankomt staat er een negentiende eeuws huis op een heel mooie plek. Amsterdam is al zo oud, dat je op krap een vierkante kilometer vijf eeuwen historie doorkruist.

Tegenover zeventiende eeuwse pakhuizen stuit je op achttiende en negentiende eeuwse panden en zo doe je hink-stap-sprong door diverse tijdsgewrichten. Verderop staat een reeks kleine pandjes die een vreemde uitbouw hebben en eerder Engels dan Nederlands aandoen. In de tuin ervoor doet een stuurhut dienst als schuur. Symbool van het vrije leven en de bonte bewoners die hier wonen en gewoond hebben.

Foto 9205

Dit deel van de stad is nog niet zo aangeharkt als bijvoorbeeld het Java- of KNSM-eiland, waar de projectontwikkelaars de oude scheepshistorie als een soort Van Gogh-poster in de openbare ruimte hebben geplaatst. Hier is het op bepaalde plekken rommelig en kun je zien dat het in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw nog tot de rafelranden van de stad behoorde. Zeg maar het domein van hippies, kunstenaars en krakers, toen de stad nog niet in trek was en uitgekotst werd door de provincie. Toen Amsterdam nog Mokum heette; maffiosi penoze werden genoemd en een tientje een joet was. Tegenwoordig kost een garage hier een ton, dat is wel andere koek. Zo gaat dat.

Foto 9208

Laten we de nostalgie even vergeten, we lopen rechtdoor en passeren weer de Galgenstraat, nu aan onze rechterhand. We lopen rechtdoor en worden automatisch gedwongen rechtsaf te slaan. Halverwege links zie je de Drieharingenbrug. Aan de overkant ligt het prachtige herenhuis de Drie Gekroonde Haringen. De vermogende scheepstimmerman Haring Booy koopt het huis en drie aanpalende panden voor 5075 gulden van de erven van distillateur Jan Verwey, sloopt de boel en laat op nummer 1 het huis de Drie Gekroonde Haringen bouwen tussen 1779 en 1781.

Foto 9253

Het huis is ingetogen, maar is wel een opvallende verschijning omdat het eerder doet denken aan een dorps herenhuis dan een Amsterdamse woning. Ik kan naar dit pand altijd uren kijken en zie mezelf in de zomer al in de tuin zitten met een kopje koffie turend over het water. Nou ja, eerst de loterij maar eens winnen voor ik aanbel om een bod te doen.

We lopen nu op het Realeneiland, vernoemd naar de schepen Jacob Reael. Scheepstimmerlieden krijgen ruimte van hem en hoeven de eerste twaalf jaar geen huur te betalen, maar moeten een schip voor hem bouwen. Verder zitten er teerbedrijven, een haringpakkerij, een turfmarkt en om de hoek een zandmarkt en -opslag. Laten we daar even gaan kijken. Van de Vierwindenstraat blijven we lopen aan de Realengracht. Aan het einde slaan we linksaf de Zandhoek op.

Foto 9274

Links zie je een blokje huizen met de nummers 2 tot en met 7. Deze panden zijn deels rond de 17e eeuw gebouwd door kleine zakenlieden en hebben een nieuwe gevel gekregen in de 18e eeuw. Rond 1940, als de eilanden elke allure hebben verloren, zijn de panden onbewoonbaar verklaard. Om ze van de sloophamer te redden zijn ze tot monument verheven en wordt er in de jaren vijftig gestart met de restauratie. Gelukkig maar, kijk vooral naar de prachtige gevelstenen, de kozijnen en de deuren.

Het volgende blok is een rijtje kapiteinswoningen. Die boerden vast niet slecht als je die huizen ziet. Op nummer 10 heeft de beroemde stadsfotograaf Jacob Olie gewoond. Hij heeft in deze buurt veel foto’s gemaakt en wordt gezien als één van de belangrijkste fotografen van de stad met een grote liefde voor architectuur. Zijn collectie foto’s ligt veilig opgeborgen in het Stadsarchief en vertelt veel over de Amsterdamse historie.

Foto 9281

Als we verder lopen passeren we de brug en slaan we heel even linksaf de Zoutkeetsgracht op om te stoppen bij het motorjacht Nymphaea dat in 1917 gebouwd wordt in Rotterdam voor reder Albert Goudriaan. Het schip is 30 meter lang en 5 meter breed en heeft een diepgang van 1,40 meter. Het schip was van vele luxe voorzien, zoals een ligbad, koud en warm stromend water, een open haard en een wijnopslag. In de Tweede Wereldoorlog confisqueren de Duitsers het schip en na 1945 komt het vijf jaar in handen van het loodswezen van Den Helder. Over de periode 1950-1960 doen diverse verhalen de ronde. Zo zou het schip in handen zijn geweest van zeeverkenners, een varende antiekhandel zijn geweest ofwel een bordeel op het water.

In 1979 vindt Dick Pels, de huidige eigenaar, het schip in de Houthavens. Hij knapt het jacht zoveel mogelijk op in de oude staat. Sinds de jaren tachtig ligt dus een stukje Rotterdamse historie hier op de Westelijke eilanden.

We gaan een doorsteek maken, lopen via Bockinghangen naar het Barentszplein en slaan rechtsaf  de Westerdoksdijk op om aan het Westerdok te gaan lopen. Nu sta je in de Nieuwe Waal. Op deze plek hebben palen in het water gestaan om de haven te beschermen en hij wordt later afgesloten door de aanleg van de Westerdoksdijk. De kerk in de verte is de Posthoornkerk aan de Haarlemmerstraat, ontworpen door architect Pierre Cuypers die ook het Centraal Station en het Rijksmuseum op zijn cv heeft staan.

Foto 9308

Je hebt hier een prachtig uitzicht op de Zandhoek en verderop het Prinseneiland. Veel historie zie je hier niet, want er is voornamelijk nieuwbouw van wisselende schoonheid. Zo staat een oerlelijk bedrijfspand naast chique appartementen en helemaal vooraan staan een paar huizenblokken uit de jaren tachtig  – toen bouwen eerder een kwestie was van stenen stapelen dan een esthetische onderneming om ook het stadsgezicht wat jeu te geven.

Links van je staat prachtige nieuwbouw. Veel glas, ouderwetse bakstenen zodat de zaak niet teveel met de historie concurreert, en groene binnentuinen. In dit deel moet je vooral om je heen kijken. Mooie woonschepen uit de negentiende eeuw, afgewisseld met de woonarken, de mindere broeders die er soms uitzien als stacaravans op een drijvend vlot. De eigenaren kun je niets kwalijk nemen, maar is het mooi? Meestal niet, maar soms ook weer wel. Kijk zelf en kijk wat je mooi vindt. Ik heb de waarheid uiteraard niet in pacht.

Foto 9314

Aan het eind van het Westerdok neem ik afscheid, maar ik ga jullie achterlaten op een ander punt. Ga aan het einde links en steek de Westerdoksdijk over. Daar zit tegenwoordig het Paleis van Justitie, met voor de deur een jachthaven. We gaan naar moderne tijden. Let ook op de brug, die is in golfjes gebouwd en hier vang je die typische Amsterdamse IJ-wind. Dit is dezelfde plek waar men ook over het IJ keek in de 17e eeuw. Loop vooral even door het straatje IJdok, daar wordt de 17e eeuw verbonden met de toekomst. Vier eeuwen Amsterdam, met uitzicht op het oude galgenveld.