Zwaanzinnig Druk

Toeristen en Expats: de tussenstand

‘Zwaanzinnig druk,’ zei iemand op de redactie van Het Hart van de Stad laatst. ‘Wat?’ vroeg ik. ‘Nou, het is “zwaanzinnig druk” ’, herhaalde de redacteur. ‘Dat denk ik als ik het symbool van de KLM voor me zie en ik die maatschappij, en vele andere, zwermen toeristen zie uitbraken op Schiphol. Die toeristen storten zich vervolgens massaal op de smalle straten van Amsterdam, met opstoppingen op de Wallen als dieptepunt’. Wat een inzicht, dacht ik! Maar: klopt het? Kun je de luchtvaart verantwoordelijk houden voor de massa’s toeristen die tegenwoordig dagelijks door Amsterdam sjokken? En als dat al zo is, is het dan niet ook gewoon logisch dat grote bedrijven hun economische belangen verdedigen – mede in het belang van de stedelijke economie?

Op de vleugels van grote en kleine vervoerders komt een massa toeristen de stad in. Misschien is dat toch ook ergens goed voor onze stad? Het thema van deze vierde editie is toerisme (ja, ook wij doen nog een duit in hetzelfde zakje, maar we zoeken daarin wel naar de positieve noot). De gemeente is bezig bij te sturen en wij maken de stand van zaken nog eens voor u op.

Waar komen al die toeristen vandaan? Waarom komen ze allemaal hier? En waarom zijn het er opeens zo véél? ‘Opeens’ betekent in dit verband: sinds een jaar of vier, vijf. Sinds 3 mei 2014, de dag dat volgens de gemeente ‘de drukte in Amsterdam een probleem werd’, zoals Het Parool kopte op 2 juni 2015.

‘Voor de gemeente is de toename van het aantal klachten meetbaar en daarbij komt ze met een verklaring voor die toename.’

Voor de gemeente is de toename van het aantal klachten meetbaar en daarbij komt ze met een verklaring voor die toename. Behalve het feit dat Nederland in die periode al veel extra toeristen trok in verband met het bloemencorso en de bloeiende voorjaarshoogtepunten in de Keukenhof – daarvoor is Amsterdam een mooie uitvalsbasis – kwamen er nog een paar gebeurtenissen samen. Er was kermis op de Dam, en bovendien ging De Bijenkorf juist op die dag los met haar roemruchte ‘Dwaze Dagen’.

Planoloog en hoogleraar Zef Hemel ziet in Amsterdam niets minder dan een derde Gouden Eeuw plaatsvinden, en die begon volgens hem op 4 april 2013. Op pagina 7 van deze editie leest u hoe die dag, waarop het Rijksmuseum na tien jaar weer open ging, volgens de professor het moment was waarop er een nieuwe creatieve en culturele revolutie losbrak in de hoofdstad. Een ontwikkeling die hij vergelijkt met de Renaissance, en die volgens hem al veel eerder in de Amsterdamse geschiedenis is ingezet.

Zef Hemel kan voor zijn rust nog steeds vluchten naar de Westelijke Eilanden, waar het nog altijd rustig is en – zo goed als – vrij van toeristen. Roy Mantel beschrijft een prachtige wandelroute over die eilanden op pagina 10 en 11.

Ook vinden sommige bewoners rust in een van de prachtige buurtcafé’s die de stad rijk is, zoals De Oranjerie in de Binnen Oranjestraat. Daar leren twee binnenstadsbewoners, jong en oud, elkaar op een vrolijke manier kennen, zoals u op pagina 13 kunt lezen in onze geliefde rubriek ‘Bakkie met je Buur’.

Toch stellen we, alle gezelligheid ten spijt, op pagina 9 ook tien kritische vragen aan de nieuwe burgemeester, al was het maar om het soort pareltjes dat ons ‘Gordeldier’ beschrijft, te kunnen behouden. Of om veilig te stellen dat een ondernemer als Jeroen Arxhoek zijn werk met plezier kan blijven doen. Terwijl hij zijn inkomsten tegenwoordig mede haalt uit buitenlands bezoek, is juist zijn kaaswinkel midden op het Rokin bij uitstek een ijkpunt gebleven voor Amsterdammers – maak kennis met Arxhoek en zijn medewerkster Helma op pagina 5.

‘Toch stellen we, alle gezelligheid ten spijt, op pagina 9 ook tien kritische vragen aan de nieuwe burgemeester.’

Over buitenlands bezoek gesproken – je zou bijna vergeten dat veel van het Engels dat je hoort niet uit de mond van toeristen komt, maar van onze zeer gewaardeerde expats. Veel daarvan zijn Amerikanen en zo kan het dat het Amerikaanse ‘John Adams Institute’ het hier als culturele ambassade zo goed doet. Lees maar eens over dat instituut in het artikel over Tracy Metz op pagina 16.

Bij uitstek ‘Mokums’ is natuurlijk diamantair Gassan in de Nieuwe Uilenburgerstraat. Wij hebben het enthousiaste boegbeeld van de beroemde diamantair nog eens uitgelicht op pagina 15; daar neemt Benno Leeser u mee naar ‘zijn binnenstad’.

In deze vierde editie worden ten aanzien van het toerisme in Amsterdam weliswaar kritische noten gekraakt, maar uiteindelijk is onze conclusie: we moeten niet de kip met de gouden eieren willen slachten… eh – we bedoelen natuurlijk de zwaan!